“Kijk, daar zie je leemblokken in de kademuur waar insecten kunnen nestelen. Bij de inheemse planten, die samen het hele jaar door bloeien, kunnen ze voedsel vinden. En die struik die daar uit de muur opspringt, is een vlier. De geurende bloemen trekken straks vlinders, bijen en zweefvliegen aan”, wijst Joost Barendrecht.
De voorzitter van Breda National Park City legt uit dat de tientallen holtes in de muur geen vergeten metselwerk is, maar bewust aangebrachte uitsparingen waar planten kunnen groeien en vogels kunnen broeden.
We staan aan de oever van de recent herstelde Nieuwe Mark, een ooit gedempte aftakking van het Brabantse riviertje de Mark die om de binnenstad van Breda stroomt. Er staan nieuwbouwappartementen, kantoren, een parkeergarage. Langs de herstelde bypass is een aanlegplaats voor bootjes gemaakt.
Het is een zonnige dag, half april. Studenten hangen op de stenen zitplaatsen aan de oever. “Over een paar jaar zwemmen hier weer otters”, zegt Rombout van Eekelen, stadsecoloog van de gemeente beslist. “Ze vinden vanuit de Mark hier in dit binnenstedelijk water voldoende B&B-locaties: overnachtingsplekken en rustgebiedjes waar ze zich tegoed doen aan vis.”
Applaus voor vleermuizen en gierzwaluwen
Breda verwierf vorig jaar de status van National Park City, verleend door de Britse National Park City Foundation. Steden die het tien-stappen-plan van deze stichting doorlopen en zo zorgen voor meer groen, krijgen dat predikaat. Naast Breda zijn dat Londen, Adelaide in Australië en Chattanooga in de VS.
De internationale erkenning sluit mooi aan bij het al oudere doel van de gemeente Breda om de stad als onderdeel van de natuur en het landschap te zien. “Eigenlijk willen we een stad in een park”, zegt Barendrecht.
“We hebben, naast deze groene kade, kleine bossen – tiny forests – pluktuinen, wijkmoestuinen. We beschermen hier zelfs wespennesten, en bewoners beginnen het te snappen. Voor vleermuizen en gierzwaluwen gaan de handen op elkaar, want die eten muggen”, zegt Aat Rietveld, bijenhouder en ambassadeur biodiversiteit in Breda.
Inwoners van de gemeente kunnen bij hem en een collega de cursus ‘Krijg groene(re) vingers’ volgen. “In vier bijeenkomsten laat ik deelnemers voorbeelden zien van wat ze kunnen doen op straat, in de tuin of op het balkon. Er is overal ruimte. Groene gevels, groene daken. Elke centimeter telt”, zegt hij. Dit prille voorjaar zijn er al zestig mensen op afgekomen.
Insecten ernstig bedreigd
De drie mannen vertellen bevlogen over groene wapenfeiten van de West-Brabantse stad. “Meer dan vierhonderd groepen bewoners beheren elk een stukje van de openbare ruimte.”
Breda geldt als een pionier voor de natuur als buur in de stad. En de stad krijgt navolging, zegt het Collectief Natuurinclusief. De overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties die samenwerken in dit collectief willen dat er in 2050 overal in Nederland rekening wordt gehouden met de natuur. Half april kwam het met elf richtlijnen waarmee gemeenten en projectontwikkelaars meer natuur en vooral insecten kunnen binnenhalen in alle 3500 wijken in Nederland.
Insecten als dankbaar doel
Insecten zijn cruciaal omdat ze stuifmeel verspreiden. Ze zijn onmisbaar in de voedselketen. “Zonder insecten geen appels en peren”, zegt Beumer. Maar wilde bijen, hommels en zweefvliegen worden allemaal bedreigd, mede doordat steden zijn versteend en vol liggen met asfalt. Juist stedelijk groen kan helpen om het tij te keren, meent Collectief Natuurinclusief. “Groen is de bron van voedsel voor insecten.”
“Insecten zijn naast bestuivers ook waterzuiveraars en bodemverbeteraars”, zegt Beumer. De fladderaars in de lucht en wroeters in de bodem helpen, is bovendien ‘welbegrepen eigenbelang’. “De natuur levert ons gratis en voor niets een betere gezondheid, meer weerstand en minder stress. Groen verhoogt de waarde van woningen, creëert recreatie- en ontmoetingsruimte en maakt Nederland weerbaar tegen de klimaatverandering”, zegt de landschapsecoloog.
Hij vindt insecten ‘een dankbaar doel’. Ze hebben niet veel ruimte nodig en zijn met relatief eenvoudige maatregelen geholpen. Zoals met inheemse plantensoorten die gevarieerd en gelaagd zijn: groot en klein. En een losse bodem. “Een meerderheid van de bijensoorten nestelt in de grond en niet in bijenhotels”, zegt hij. Insecten kunnen toe met de ruimte in de boomspiegels langs de straat.
Pesticiden uit den boze
Boven aan het richtlijnenlijstje van het Collectief: elk van de 3500 wijken in Nederland zou een ‘natuurkern’ moeten hebben: ongeveer een groot voetbalveld met groen. Al die kernen moeten liefst verbonden zijn door watergangen, bermen, heggen, bomenrijen.
Is dat haalbaar in de dichtbebouwde Nederlandse steden? “Het hoeft niet per se een rechthoek te zijn”, zegt Beumer. “Elk park in Nederland is al snel driekwart hectare en dus een natuurkern. De Nieuwe Mark in Breda is een langgerekt lint met zelfs een groter oppervlak dan een voetbalveld.”
In de richtlijnen van Collectief Natuurinclusief voor de parken, plantsoenen en bossages, staat vooral dat het gebruik van pesticiden uit den boze is. Beumer: “Niet alleen het beheer moet absoluut pesticidevrij zijn, maar insecten gaan ook dood als een gemeente nieuwe planten en bomen koopt die met pesticiden zijn behandeld.” Het spul zit dan in het systeem van de plant, zegt hij, en vervluchtigt binnen enkele maanden tot een paar jaar. “Het komt in de bodem of het water en geeft daar problemen.”
De richtlijnen zijn niet verrassend, veel gemeenten zullen ze kennen. “Nieuw is dat we de maatregelen met elkaar in verband brengen en we het beheer in de stad versimpelen. We gaan niet in op specialistische zaken en we streven geen hoge natuurdoelen na. Een woonwijk is geen Natura 2000-gebied.”
‘Een goede balans voorkomt overlast’
Meer balans en biodiversiteit in het openbaar groen in de stad is op den duur goedkoper in het beheer, zegt Beumer. Het systeem houdt zichzelf in stand. Minder snoeien, minder aanharken en slechts twee of drie keer per jaar maaien in plaats van elke maand.
Het Collectief Natuurinclusief weet dat niet alle insecten een goed imago hebben, denk aan muggen, horzels, mijten, wespen. “We moeten bewoners uitleggen dat die insecten pas een plaag worden als er geen balans is in het natuurlijk systeem. Een nest vol wespen eet duizenden muggen per dag op. En vogels eten weer wespen tegen de tijd dat ze lastig worden op je terras. Een goede balans voorkomt overlast.”
‘De waarde van de woningen stijgt’
In Breda is het betrekken van bewoners gemeengoed en de gemeente brengt ook andere richtlijnen in de praktijk. “Zo’n kademuur werd elk jaar schoon geschrobd. Nu laten ze de boel z’n gang gaan en komt wellicht de zeldzame steenbreekvaren terug”, zeggen Joost Barendrecht en Rombout van Eekelen.
Bij nieuwe woningbouwplannen en renovatie hanteert Breda een ‘groen kompas’ met strikte eisen, zegt stadsecoloog Van Eekelen. “Bij de bouw van meer dan vijf huizen moet 20 tot 35 procent van het gebied groen worden. De helft van dat groen moet inheems zijn en veel verschillende soorten bevatten.” Projectontwikkelaars en woningcorporaties ‘doen van harte mee’, zegt hij. “En de waarde van de woningen stijgt.”
Zo wordt Breda een ‘baken voor biodiversiteit en insecten in de stad’, zegt Barendrecht. Alle stadsbewoners brengen ieder op eigen wijze groen aan om de insecten te helpen en dat zorgt voor variatie. En de stad is ook een voorbeeld voor het landelijk gebied, zegt hij, waar de monocultuur van de landbouw heerst.
Dit artikel is afkomstig van Trouw. Lees het originele artikel: https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/breda-lokt-insecten-vogels-en-groen-de-stad-in-over-een-paar-jaar-zwemmen-hier-weer-otters~b593935c/