Grondwatersituatie verandert snel door droog voorjaar

grondwatersituatie voorjaar
07 mei 2026  •  5 min leestijd

Het voorjaar van 2026 is uitzonderlijk droog begonnen. Het actuele neerslagtekort ligt inmiddels zelfs boven de lijn van recordjaar 1976. Daarmee rijst opnieuw de vraag: stevent Nederland af op een nieuwe periode van extreme grondwaterdroogte? 

Hydrologen analyseerden de actuele situatie met behulp van grondwaterdataplatform Argus en duizenden peilbuizen verspreid over Nederland. Daarbij is gekeken naar zandgronden in het oosten en zuiden, de duingebieden langs de westkust en de lagergelegen polders. De eerste signalen zijn duidelijk: vooral op de hogere zandgronden loopt de droogte snel op. 

Lage grondwaterstanden op zandgronden 

Nog geen twee maanden geleden was er sprake van een grotendeels normale grondwatersituatie. Dat was opvallend, omdat langdurige droogte de afgelopen jaren juist steeds vaker de norm leek te worden. Inmiddels is het beeld echter snel veranderd. 

Vooral in de zandgebieden van Oost- en Zuid-Nederland zijn de grondwaterstanden inmiddels bijzonder laag voor de tijd van het jaar. Dat geldt onder meer voor de Achterhoek, Drenthe, Twente, Brabant, de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. 

Gemiddeld ligt het grondwaterpeil daar momenteel circa 20 centimeter lager dan normaal voor begin mei. De situatie is vergelijkbaar met het droge voorjaar van 2019. Volgens de hydrologen werkt de droogte van vorige zomer en de relatief droge winter nog altijd door in het grondwatersysteem. 

“Het grondwater op zandgronden reageert traag op neerslag en verdamping,” leggen de onderzoekers uit. “Een paar regenbuien bieden daarom nauwelijks verlichting. Dat zien we steeds vaker terug in de metingen.” 

Bij een aanhoudend neerslagtekort neemt de kans op extreme grondwaterdroogte in deze gebieden snel toe. Zeker wanneer tegelijkertijd de grondwateronttrekking voor landbouw, natuur en drinkwater stijgt. 

Ook duingebieden droger 

Niet alleen de zandgronden laten een droge ontwikkeling zien. Ook in de duingebieden langs de westkust zijn de grondwaterstanden momenteel droog tot gemiddeld droog. De uitzonderlijk hoge grondwaterstanden van twee jaar geleden zijn daar inmiddels volledig verdwenen. 

In de duinen ligt het grondwaterpeil nu gemiddeld tussen 0 en 20 centimeter lager dan normaal voor deze periode van het jaar. Daarmee bevindt het niveau zich ongeveer op hetzelfde peil als in 2019, al liggen de standen nog wel hoger dan tijdens de extreem droge jaren 2018 en 2019. 

Polders reageren sneller op regen 

In de polders met klei- en veenbodems is het beeld duidelijk anders. Daar reageren grondwaterstanden veel sneller op veranderingen in neerslag en verdamping. Bovendien spelen watergangen, drainage en actief peilbeheer een grote rol. 

De grondwaterstanden in de polders liggen momenteel gemiddeld ongeveer 10 centimeter lager dan normaal voor de tijd van het jaar, maar zijn nog altijd hoger dan tijdens de droogtejaren 2018 en 2019. 

Volgens de onderzoekers is het daardoor lastig om nu al uitspraken te doen over de rest van de zomer. “Een enkele natte dag kan in poldergebieden de situatie alweer snel veranderen.” 

Kunnen we grondwaterdroogte voorkomen? 

De opeenvolging van droge zomers sinds 2018 roept een belangrijke vraag op: zijn extreme grondwatertekorten nog te voorkomen, of moeten we leren omgaan met structurele droogte? 

Volgens de hydrologen is grondwater lastig lokaal te sturen, zeker op zandgronden. Toch zijn maatregelen wel degelijk mogelijk. De inrichting van het Nederlandse watersysteem heeft namelijk grote invloed op de grondwaterstanden — mogelijk zelfs groter dan klimaatverandering zelf. 

Tegelijkertijd zijn er grenzen aan wat technisch mogelijk is. Tijdens extreme droogte is nauwelijks op te boksen tegen hoge verdamping en voortdurende afvoer naar rivieren met lage waterstanden. 

Dat betekent dat watergebruik en de inrichting van het watersysteem moeten worden aangepast aan een toekomst met vaker droge zomers. 

Lokale maatregelen nemen toe 

Sinds de droge zomer van 2018 zijn op veel plekken maatregelen genomen om water beter vast te houden. Vaak gaat het om lokale ingrepen met lokaal effect, zoals: 

  • Beekherstel; 
  • Slimme stuwen; 
  • Bodemverbetering; 
  • Wadi’s in woonwijken; 
  • Klimaatbestendige nieuwbouw; 
  • Hergebruik van gezuiverd afvalwater; 
  • Circulaire woningbouw; 
  • Actief grondwaterpeilbeheer; 
  • Waterinfiltratiesystemen in polders.  

Volgens de onderzoekers is juist de optelsom van veel kleine maatregelen van groot belang. “Het duurt jaren voordat het watersysteem structureel verandert. Daarom zijn lokale maatregelen op korte termijn essentieel.” 

Grote keuzes onvermijdelijk 

Willen we extreme grondwaterdroogte écht voorkomen, dan zijn volgens de hydrologen ook nationale keuzes nodig. Daarbij valt te denken aan beperking van drinkwatergebruik, strengere regulering van grondwateronttrekking in landbouw en industrie, en grootschalige opslag van winterwater in de ondergrond. 

Dat vraagt om ingrijpende keuzes, die gevolgen kunnen hebben voor landbouw, industrie en bewoners. Ook zullen overheden en waterbeheerders steeds vaker moeten afwegen welke risico’s acceptabel zijn: wateroverlast in natte winters of droogteschade in de zomer. 

Regionale verschillen zichtbaar in metingen 

De verschillen tussen regio’s zijn momenteel duidelijk zichtbaar in de meetgegevens van peilbuizen. Vooral Oost- en Zuid-Nederland laten sterk dalende grondwaterstanden zien, terwijl polders nog relatief stabiel blijven. 

Illustratieve voorbeelden van de actuele grondwaterstanden ten opzichte van voorgaande jaren zijn beschikbaar voor onder meer: 

  • Oost-Nederland
  • Noordoost-Nederland
  • Oostelijk rivierengebied
  • Rivierengebied Midden-Nederland
  • Duingebied West-Nederland
  • Binnenduinrand West-Nederland
  • Polders in Zuidwest- en Noord-Nederland
  • Zandgronden in Zuid-Nederland
  • Gelderse Vallei en Midden-Nederland 

Meer weten over dit bericht? Vraag het onze experts!

drs. ing. Maarten Kuiper
Directeur Business Line Water
mkuiper@avecodebondt.nl
+31 88 00 48 212