Nederland in 2025 natuurinclusief
Vanuit die rol is Victor betrokken bij een breed collectief dat zich inzet voor diezelfde transitie. Nederland is al volop in beweging richting een natuurinclusieve samenleving, met 2050 als duidelijke stip op de horizon. Dat betekent dat biodiversiteit een vanzelfsprekend onderdeel wordt van alles wat we doen, in beleid, ontwerp en uitvoering. Om die ambitie waar te maken, is gekozen voor een publiek-private samenwerking waarin meer dan 200 organisaties samenkomen. Van ministeries, provincies en gemeenten tot bouwers, boeren, kennisinstellingen en natuurorganisaties. Juist in die samenwerking, waar beleid en praktijk elkaar ontmoeten, ontstaat de beweging die nodig is.
Van ambitie naar uitvoering
Een gedeelde ambitie en brede samenwerking zijn nog geen garantie voor resultaat. Volgens Victor begint het echte werk pas ná het formuleren van plannen. “Je kunt mooie plannen maken, maar uiteindelijk gaat het erom dat je ze toepast. Dat is waar het spannend wordt.”
En precies dat is zijn rol: het vertalen van beleid naar concrete, werkbare oplossingen. Niet op papier, maar in de praktijk. Waar plannen worden getest, aangescherpt en uiteindelijk het verschil moeten maken.
Van complexe ecologie naar toepasbare richtlijnen
Een goed voorbeeld van die vertaalslag zijn de insectenrichtlijnen. “Insecten zijn enorm belangrijk, maar ook complex. Er zijn tienduizenden soorten, allemaal met hun eigen eisen voor hun omgeving.” In plaats van die complexiteit volledig te willen vangen, koos Victor bewust voor een andere aanpak. “We hebben gezegd: we kijken door onze oogharen heen. Wat heeft het gros nodig?”
“Waar ik het meest trots op ben, is dat we het juist zo pragmatisch hebben gehouden en ons niet hebben laten verleiden tot een complex naslagwerk. Daardoor is het toepasbaar voor ontwikkelaars en gemeenten.”
Dat leidde tot een set praktische richtlijnen, gebaseerd op vijf functionele groepen: bestuivers, planteneters, rovers, waterverbeteraars en bodemontwikkelaars. Neem bijvoorbeeld de bestuivers. Denk aan bijen en vlinders die zorgen voor de voortplanting van planten en daarmee de basis vormen van veel ecosystemen. Voor deze groep zijn nectarrijke bloemen, voldoende variatie in beplanting en beschutte plekken essentieel. Het gaat dus niet alleen om het toevoegen van groen, maar om het creëren van een omgeving waarin deze soorten kunnen leven, voedsel vinden en zich kunnen voortplanten.
Door vanuit zulke functionele behoeften te ontwerpen, verschuift de focus van losse maatregelen naar het versterken van het systeem als geheel. En juist daarin zit de kracht van de richtlijnen: ze maken complexe ecologie begrijpelijk én toepasbaar in de praktijk.
Van richtlijn naar realiteit
De volgende stap is misschien nog wel de belangrijkste: zorgen dat richtlijnen ook echt worden toegepast. Dat gebeurt onder andere via workshops met gemeenten, waarin deelnemers letterlijk door een wijk lopen vanuit het perspectief van insecten.
“We geven mensen als het ware een andere bril. Dan zie je ineens heel anders naar een gebied. Zo wordt beleid tastbaar en ontstaat er eigenaarschap in de praktijk.”
De wisselwerking tussen beide werelden
Wat het voor Victor bijzonder maakt, is dat hij zich moeiteloos beweegt tussen beleid en uitvoering en die twee constant met elkaar verbindt. “Voor mij is er geen verschil,” zegt hij. “Wat ik in het collectief ontwikkel, neem ik mee in projecten. En wat ik in projecten leer, neem ik weer mee terug.”
Die wisselwerking zorgt ervoor dat ideeën niet blijven hangen in abstractie, maar continu worden aangescherpt door de praktijk.
Vervolgstappen: van pesticidenvrij tot meetbare natuur
Diezelfde aanpak zie je terug in nieuwe initiatieven, zoals het manifest voor pesticidenvrij plantmateriaal. “Je kunt nog zo’n mooi plan maken, maar als je planten met pesticiden zijn opgekweekt, schiet je je doel voorbij.” Ook hier zoekt Victor naar oplossingen die werken binnen de realiteit van de sector.
Daarnaast werkt hij aan het meetbaar maken van natuur via het principe van Netto Natuurwinst. “Als je natuur concreet maakt, kun je er ook op sturen. Dan wordt het een volwaardige factor in besluitvorming.”
Continue wisselwerking tussen denken en doen
De rode draad in alles wat Victor doet, is duidelijk: de echte verandering ontstaat niet in beleid of praktijk, maar ertussenin. Niet in plannen alleen, en ook niet in losse projecten. Maar in de continue wisselwerking tussen denken en doen. En juist daar gaat het vaak mis. We blijven plannen maken, ambities aanscherpen en wachten op het juiste moment. Terwijl we allang weten wat nodig is.
Volgens Victor ligt de opdracht dan ook niet in nóg beter beleid, maar in durven beginnen. Toepassen wat er al ligt. Experimenteren, fouten maken en bijsturen. Want zonder praktijk blijft alles wat we bedenken precies dat: bedacht. “Je kunt blijven analyseren,” zegt hij, “maar ergens moet je gewoon beginnen.” Dus de vraag is niet of we de kennis hebben. Die is er. De vraag is: wie stopt met praten en gaat het doen?
Voor wie wil zien hoe dat er in de praktijk uitziet, gaat Victor in een artikel op Change Inc. (Juist in bestaande wijken valt winst te behalen voor biodiversiteit) verder in op de toepassing van de richtlijnen en de projecten waarin deze aanpak al wordt toegepast.
Meer weten over dit bericht? Vraag het onze experts!
Victor Beumer
Specialist ecologie
vbeumer@avecodebondt.nl
+31 6 415 25 679