Opnieuw veel droogte in het land

grondwatersituatie voorjaar
20 jul 2026  •  5 min leestijd

Het voorjaar van 2026 was uitzonderlijk droog. Die lijn heeft zich aan het begin van de zomer doorgezet. Daarmee rijst opnieuw de vraag: stevent Nederland af op een nieuwe periode van extreme grondwaterdroogte? 

Aan het begin van dit jaar was sprake van een grotendeels normale grondwatersituatie. Dat was opvallend, omdat langdurige droogte de afgelopen jaren juist steeds vaker de norm leek te worden. Inmiddels is het beeld echter snel veranderd. Hydrologen uit het team van Maarten analyseerden de actuele situatie met behulp van grondwaterdataplatform Argus en duizenden peilbuizen verspreid over Nederland. Daarbij is gekeken naar zandgronden in het oosten en zuiden, gebieden langs de grote rivieren, de duingebieden langs de westkust en de lagergelegen polders. De signalen zijn duidelijk: vooral in de duingebieden en langs de grote rivieren is het zeer droog voor deze tijd van het jaar. 

Zeer lage grondwaterstanden in duingebieden 

In de duinen en langs de binnenduinrand van de hele Noord- en Zuid-Hollandse kust zakken de grondwaterstanden nu al maanden geleidelijk uit. Op veel plekken staat het grondwater op dit moment lager dan het in de afgelopen 10 jaar heeft gestaan in deze tijd van het jaar (half juli). In de duingebieden hebben vooral de natuur en agrariërs last van de droogte. Maar ook bomen in de stad kunnen het moeilijk krijgen, nu het grondwater zo ver uitzakt.

De kleine, losse buien die in het voorjaar vielen, weten het grondwater nauwelijks te verhogen. “Het grondwater op zandgronden reageert traag op neerslag en verdamping,” legt Maarten Kuiper uit. “Een paar regenbuien bieden daarom nauwelijks verlichting. Dat zien we steeds vaker terug in de metingen.” Een paar buien gaan de droogte dus niet oplossen. En we lijken het ergste nog niet te hebben gehad; de komende 10 dagen zit er ook nog geen groter neerslagfront in de voorspelling. 

Schermafbeelding 2026 07 20 082207

Huidige grondwateruitzakking in Kennemerland. De beperkte hoeveelheid neerslag zorgt sinds januari voor een dalende grondwaterstand. De afgelopen 10 jaar stond het grondwater niet zo laag als op dit moment, in deze tijd van het jaar.

Ook riviergebieden zeer droog

De waterstanden in de grote rivieren staan op dit moment uitzonderlijk laag voor de tijd van het jaar. “Dat heeft een directe invloed op de grondwaterstanden”, ziet Judith Zwart. “De rivieren zijn plaatselijk het grondwatersysteem aan het leegtrekken”. Maar het invloedsgebied van de rivieren lijkt beperkt. Zo zijn de grondwaterstanden langs de IJssel in de omgeving van Zwolle op dit moment zo’n 20 cm lager dan gemiddeld voor deze tijd van het jaar. In de stad Zwolle zelf staan de grondwaterstanden op de meeste locaties hooguit 10 cm lager dan normaal. Datzelfde patroon is terug te zien op andere plekken langs de grote rivieren in Nederland. 

Schermafbeelding 2026 07 20 082556

Huidige grondwaterstanden voor deze tijd van het jaar vergeleken met voorgaande jaren in de omgeving van Zwolle. De zeer lage waterstanden in de IJssel zorgen ook voor zeer lage grondwaterstanden direct langs de IJssel.

Noord Nederland en Twente ontspringen de droogte-dans

De noordelijke provincies Groningen en Friesland, en de omgeving van Twente ontspringen nog grotendeels de droogte-dans. Het grondwater staat hier weliswaar ook aan de lage kant, maar niet zo laag als op andere plekken in Nederland. Dat is meer geluk dan wijsheid; in het voorjaar heeft het hier namelijk nog meer en langer geregend. De grondwaterstanden zijn daardoor pas later gaan dalen. “Groningen en Friesland hebben daarbij nog het voordeel dat de kleipolders snel reageren op neerslag, waardoor grondwaterdroogte sneller herstelt bij enkele regenbuien”, legt Judith uit. 

Ook in de oude veengebieden, in de regio Zwolle, Meppel en Westerbork, blijven de grondwaterstanden enigszins gemiddeld voor deze tijd van het jaar. Grondwater blijft beter ‘hangen’ in deze regio vanwege weinig drainerende middelen (rivieren, oppervlaktewater of grootschalige drainagesystemen in bebouwd gebied). 

Schermafbeelding 2026 07 20 082759

Huidige grondwatersituatie in Noord-Groningen. De regenbuien die de afgelopen maanden vielen, beperken de grondwateruitzakking waardoor het op dit moment niet uitzonderlijk droog is.

Later begin van de droogte in zandgebieden Oost- en Zuid-Nederland

In de zandgebieden van Oost- en Zuid-Nederland zijn de grondwaterstanden ook pas later gaan dalen dan in de kustgebieden. Dat geldt onder meer voor de Achterhoek, Drenthe, Brabant, de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Tot april heeft het nog wat geregend, waardoor de grondwaterdaling pas later is ingezet. Op veel locaties zijn de grondwaterstanden daarom pas de afgelopen twee weken uitgezakt tot onder het gemiddelde voor de tijd van het jaar.

Bij een aanhoudend neerslagtekort neemt de kans op extreme grondwaterdroogte in deze gebieden snel toe. Zeker wanneer tegelijkertijd de grondwateronttrekking voor landbouw, natuur en drinkwater stijgt. 

Schermafbeelding 2026 07 20 083100

Huidige grondwatersituatie in de omgeving van Amersfoort. Pas vanaf april is het droger geworden en zakken de grondwaterstanden steeds verder uit, in tegenstelling tot andere gebieden in Nederland.

Polders reageren sneller op regen 

In de polders met klei- en veenbodems is het beeld duidelijk anders. Daar reageren grondwaterstanden veel sneller op veranderingen in neerslag en verdamping. Bovendien spelen watergangen, drainage en actief peilbeheer een grote rol. De grondwaterstanden in de polders liggen momenteel gemiddeld ongeveer 10 centimeter lager dan normaal voor de tijd van het jaar. Op veel plekken is dat lager dan in de droogtejaren 2018 en 2019. Het verleden laat echter zien dat polders een goede ‘resetknop’ hebben; “Een enkele natte dag kan in poldergebieden de situatie alweer snel veranderen.” 

Schermafbeelding 2026 07 20 083242

Huidige grondwateruitzakking in een poldersysteem in Noord-Holland. Het verleden laat zien dat poldersystemen snel reageren op neerslag, en dat de huidige droogte daarmee snel weer zouden kunnen worden verholpen.

Kunnen we grondwaterdroogte voorkomen? 

De opeenvolging van droge zomers sinds 2018 roept een belangrijke vraag op: zijn extreme grondwatertekorten nog te voorkomen, of moeten we leren omgaan met structurele droogte? 

Volgens de hydrologen uit het team van Maarten is grondwater lastig lokaal te sturen, zeker op zandgronden. Toch zijn maatregelen wel degelijk mogelijk. De inrichting van het Nederlandse watersysteem heeft namelijk grote invloed op de grondwaterstanden — mogelijk zelfs groter dan klimaatverandering zelf. 

Tegelijkertijd zijn er grenzen aan wat technisch mogelijk is. Tijdens extreme droogte is nauwelijks op te boksen tegen hoge verdamping en voortdurende afvoer naar rivieren met lage waterstanden. 

Dat betekent dat watergebruik en de inrichting van het watersysteem moeten worden aangepast aan een toekomst met vaker droge zomers. 

Lokale maatregelen nemen toe 

Sinds de droge zomer van 2018 zijn op veel plekken maatregelen genomen om water beter vast te houden. Vaak gaat het om lokale ingrepen met lokaal effect, zoals: 

  • Beekherstel;
  • Slimme stuwen;
  • Bodemverbetering;
  • Wadi’s in woonwijken;
  • Klimaatbestendige nieuwbouw;
  • Hergebruik van gezuiverd afvalwater;
  • Circulaire woningbouw;
  • Actief grondwaterpeilbeheer;
  • Waterinfiltratiesystemen in polders.  

Volgens Maarten Kuiper is juist de optelsom van veel kleine maatregelen van groot belang. “Het duurt jaren voordat het watersysteem structureel verandert. Daarom zijn lokale maatregelen op korte termijn essentieel.” 

Grote keuzes onvermijdelijk 

Willen we extreme grondwaterdroogte écht voorkomen, dan zijn volgens de hydrologen uit het team van Maarten ook nationale keuzes nodig. Daarbij valt te denken aan beperking van drinkwatergebruik, strengere regulering van grondwateronttrekking in landbouw en industrie, en grootschalige opslag van winterwater in de ondergrond. Dat vraagt om ingrijpende keuzes, die gevolgen kunnen hebben voor landbouw, industrie en bewoners. Ook zullen overheden en waterbeheerders steeds vaker moeten afwegen welke risico’s acceptabel zijn: wateroverlast in natte winters of droogteschade in de zomer. 

Meer weten over dit bericht? Vraag het onze experts!

drs. ing. Maarten Kuiper
Directeur Business Line Water
mkuiper@avecodebondt.nl
+31 88 00 48 212

Judith Zwart
Consultant I • Stedelijk & Landelijk Water
jzwart@avecodebondt.nl
+31 6 831 23 099